Liefdewerk oud papier, of de komst van de Superburger.

Bron: Lezing Utrecht, Universiteit voor Humanistiek 30 juni 2016. Margo Trappenburg

Dames en heren,

Af en toe heb ik tegenwoordig last van enge dromen over mijn werk. Ik geef al jarenlang met veel plezier college aan de universiteit en in mijn droom kom ik ’s ochtends op mijn werk en word opgewacht door de rector. Mijn baas, zeg maar. Hij kijkt mij een beetje zorgelijk aan en zegt dat ik vast wel heb meegekregen uit de krant dat het niet meer uit kan: al dat hoger onderwijs met duur betaalde docenten en hoogleraren. Van nu af aan gaan we het anders doen. Bij elke cursus moet ik voortaan mijn beste twee studenten gaan trainen om mijn docentenrol over te nemen, de volgende keer dat de cursus wordt gegeven. Studenten staan veel dichter bij andere studenten, dus dat zal de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen, denkt de rector. Studenten zullen de cursus bovendien gratis verzorgen; zij doen zo werkervaring op die goed van pas komt op hun cv. Zo snijdt het mes aan alle kanten tegelijk, meldt de rector optimistisch. “En ik dan, en ik dan?” piep ik in mijn droom en dan schreeuw ik dat studenten toch niet zomaar mijn werk kunnen overnemen? De rector fronst zijn wenkbrauwen. “Mevrouw Trappenburg, u bent toch hopelijk niet een van die ouderwetse docenten die niet in willen spelen op nieuwe ontwikkelingen? Want dan is er aan de nieuwe universiteit waarschijnlijk geen plaats voor u.”

Tegen die tijd word ik meestal wakker, badend in het zweet, en dan weet ik dat het maar een boze droom was. Zulke dingen gebeuren niet met docenten en hoogleraren aan de universiteit. Hun werk laten we heus niet overnemen door studenten, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen. Dat doen we alleen in de zorg en de hulpverlening. Of in de plantsoenendienst, waar we de gemeentelijke tuinman ontslaan om vervolgens het groen “terug te geven aan burgers”. In de vuilverwerking, waar we toe kunnen met minder vuilnismannen omdat we burgers aanmoedigen een eigen afvalbak te adopteren. In het bibliotheekwezen, waar we leeszalen sluiten en personeel naar huis sturen om vervolgens ons heil te zoeken bij zogenaamde minibiebs, kleine boekenkastjes waar buurtbewoners elkaars boeken kunnen lenen, zonder ingewikkelde zebracodes, boetes, leentermijnen en betaald personeel. We hebben er inmiddels ook één op Utrecht Centraal.

Dames en heren, wij worden geconfronteerd met twee beleidsontwikkelingen die haaks op elkaar staan. De eerste ontwikkeling kunnen we aanduiden als een verschuiving van betaalde arbeid naar “liefdewerk oud papier”. In de hoogtijdagen van de verzorgingsstaat woonden kwetsbare oude mensen in bejaardenoorden of verzorgingshuizen. Mensen met een psychiatrische aandoening woonden in psychiatrische instellingen. Mensen met een verstandelijke beperking werden opgevangen in grootschalige tehuizen of kleinschalige woonvormen voor mensen met beperkingen. Ze werden daar verzorgd, opgevangen en begeleid door verpleegkundigen, verzorgenden, activiteitenbegeleiders, sociaal werkers, fysiotherapeuten en psychotherapeuten. In de participatiesamenleving waar wij naar op weg zijn gaat het heel anders. Daar wonen kwetsbare mensen gewoon thuis, in gewone buurten, in gewone gemeenten. Soms worden ze daar niet meer verzorgd, dan worden ze empowered en in hun eigen kracht gezet. Vaker worden ze wel verzorgd, maar onbetaald, door gewone mensen: door hun partner, hun ouders, hun kinderen, hun schoonkinderen of andere mantelzorgers. Of door het netwerk van mensen om hen heen: door de buurvrouw die een oogje in het zeil houdt, door de vriendin van vroeger, door kennissen van familie of voormalige collega’s. Als er geen familie of netwerk beschikbaar is zoeken we naar andere vormen van gratis werk: dan doen we een beroep op ervaringsdeskundigen, maatjes, buddy’s of vrijwilligers.

Vaak vragen we aan betaalde hulpverleners of zij hun onbetaalde opvolgers willen bijscholen, zodat die weten wat ze moeten doen. Wijkverpleegkundigen gaan naar cursus om te leren hoe ze mantelzorgers nog verder kunnen belasten zonder dat ze definitief omvallen. Hulpverleners gaan naar cursus om te leren hoe ze “de bal terug moeten leggen bij de burger” en hoe ze moeten “werken met vrijwilligers”. Het komt regelmatig voor dat ontslagen hulpverleners hun eigen werk onbetaald mogen voortzetten als vrijwilliger in een verpleeghuis, of als activiteitenbegeleider bij een burgerinitiatief dat dagbesteding organiseert voor kwetsbare ouderen.

Als we de beleidsontwikkeling naar liefdewerk oud papier serieus nemen zouden we moeten zeggen dat we op weg zijn naar een samenleving met veel minder betaald werk. Een samenleving waar mensen bereid zijn gratis van alles te doen voor bekende en onbekende medeburgers. Een soort lief communisme. Dan zouden we moeten zeggen dat de sollicitatieplicht voor werklozen moet worden afgeschaft: er is voor werklozen van alles te doen – in de zorg, in de plantsoenendienst, in de boekenuitleen, in de afvalverwerking – maar het is allemaal onbetaald, dus het zal mensen niet uit hun uitkering halen. In een samenleving gebaseerd op lief communisme zouden we verder moeten denken over een basisinkomen.

Maar in veel gemeenten is dat niet de kant die men uit wil. In veel gemeenten bestaat naast de ontwikkeling naar liefdewerk oud papier nog een andere beleidsontwikkeling: daar wil men ook toe naar een “inclusieve arbeidsmarkt”. Iedereen is het beste af met een reguliere, betaalde baan bij een gewoon bedrijf, is het idee achter die beleidsontwikkeling. Ziek, zwak, misselijk, psychiatrisch ziek, verstandelijk beperkt, dakloos, verslaafd? Geen flauwekul, gewoon op de fiets, naar de baas en aan het werk. En dat dan ook nog zo lang mogelijk. Niet met 65 stoppen, en zeker niet met VUT of andere vermaledijde varianten van pre-pensioen. Gewoon doorbuffelen tot je 67ste en bij voorkeur nog een paar jaar langer.

Aldus bevinden we ons in een land waar beleidsmakers willen dat wij superburgers worden: ’s ochtends je eigen kinderen uit bed trimmen en ontbijt geven, even een blik werpen op de bejaarde buurvrouw om te kijken of ze nog leeft, dan even bellen met ouder wordende schoonvader en dan snel naar het werk. In de lunchpauze even langs de apotheek om de medicijnen op te halen voor schoonvader. Dan weer door aan het werk. In de middag de medicijnen langsbrengen bij schoonvader. Daarna even hallo gaan zeggen tegen je partner die na zijn werk met andere buurtbewoners aan de slag is in het stadsplantsoen. Eten koken. Bejaarde buurvrouw uitnodigen om gezellig mee te eten. Met haar afspreken dat jullie morgen na het werk samen de boodschappen doen. Puberkinderen achter de vodden zitten met hun huiswerk. Oogje werpen op de geadopteerde vuilnisbak. Eigen afval in opgesplitste delen naar de milieubakken brengen. Inhoud van de geadopteerde afvalbak meenemen.

Ik zou van veel, veel minder al nachtmerries krijgen, maar politici en beleidsmakers denken dat dit haalbare kaart is. Hoe komt dat? Als televisie kijkende burger (ik ben ’s avonds gewoon moe) denk ik dat dit voor een deel komt door de Bekende Nederlanders die wij en onze politici in actie zien op onze tv. Bekende Nederlanders kunnen tegenwoordig ook alles tegelijk. Er zijn talloze programma’s op tv waar BNers vaardigheden moeten demonstreren waarmee zij juist niet bekend geworden zijn. Dj’s, presentatoren en actrices springen van duikplanken, doen mee aan competities ballroom dancing en dirigeren orkesten. Bekende Nederlanders die volstrekt niet geschoold zijn in de hulpverlening gaan hier toch in aan de slag. Ze lossen de eenzaamheid van ouderen op (Geer en Goor zoeken een hobby). Ze begeleiden zwangere tienermeisjes bij het moederschap (Vier handen op één buik). Ze gaan in de schuldhulpverlening (Een dubbeltje op z’n kant). Ze nemen een bus vol patiënten met een dwangstoornis mee naar Thailand om daar van hun angst verlost te worden (Geef mij nu je angst). Ze gaan met probleemtieners op survivaltocht (Het is hier geen hotel). Menige BN-er – geen auteur - schrijft daarnaast nog gewoon even een boek: een kinderboek, een boek over vaderschap, of een how to boek over hoe je moet afvallen dan wel – nog een tandje extremer – hoe je een killer body krijgt. BNers kunnen alles. In Expeditie Robinson laten ze zien hoe ze kunnen overleven op een onbewoond eiland. Maken gewoon hun eigen hengel. Vangen krabben. Maken zelf vuur. Bouwen hun eigen hut. BN-ers zitten helemaal nergens mee.  

Een volk met zulke beroemdheden is zelf ook tot alles in staat, denken onze politici. Daar komt bij dat politici zelf ook gewend zijn aan gedurige wisselingen van functie. Het is onder politici heel gebruikelijk dat ze zo nu en dan veranderen van departement of van woordvoerderschap. Dat heet juist goed: kom je van financiën en dan ga je aan de slag met zorg, of omgekeerd. Heb je altijd onderwijs gedaan, maar ga je nu naar landbouw of defensie. Dat is uitstekend. Dan breng je een frisse blik mee. Dan kun je out of the box denken. Ook topambtenaren worden expres gerouleerd over departementen zodat ze niet vergroeid raken met of gehecht raken aan een bepaald beleidsterrein. Veel politici en beleidsmakers zijn alles kunnende multi-talenten. Type minister Plasterk: je had ook Nobelprijs-winnend onderzoek kunnen gaan doen, je was een goede columnist voor de Volkskrant, je deed het ministerie van onderwijs en nu doe je Binnenlandse Zaken. Niks aan de hand. Of type Pieter Hilhorst: je schrijft columns, je schrijft boekjes, je bent dagvoorzitter, je schrijft toneelstukken, je maakt televisie, je richt een broodfonds op als zzp-er, je pakt als gewone burger de schoolsegregatie in Amsterdam aan, je wordt wethouder. Multi-talenten.

Hulpverleners zijn ook vaak multi-talenten en sinds de decentralisaties van 2015 zijn ze dat meer dan ooit. Hulpverleners die over de vloer komen bij multi-probleem gezinnen moeten tegenwoordig in staat zijn tot integraal, generalistisch hulpverlenen. Als een gezin kampt met schulden, maar ook met depressiviteit van moeder, verslaving van vader, adhd van jongste zoon, crimineel gedrag van oudste zoon en auto-mutilerend gedrag van dochter dan wordt zo’n gezin gillend gek als er per probleem een of twee gespecialiseerde hulpverleners op bezoek komen. Eén gezin, één plan, één hulpverlener, is het nieuwe devies. Hulpverleners moeten dus iets verstandigs kunnen doen aan schulden en financiële problemen, maar ook verstand hebben van de psychische oorzaken en gevolgen daarvan. Ze moeten streng en invoelend tegelijk kunnen zijn, ze moeten meedenken met mensen en naast hen gaan staan, maar hen ook helpen problematisch gedrag te veranderen. Niet alle hulpverleners kunnen dat, maar degenen die echt in staat zijn tot generalistische hulpverlening zijn multi-talenten. Net als onze politici. Net als de BNers die we zien op televisie.

Als eenvoudige, uni-getalenteerde burgers die de combinatie betaald werk plus huishouden/kinderen uitdagend genoeg vinden worden wij dus nu omringd door multi-talenten: BN-ers, politici en beleidsmakers, hulpverleners die ons in onze kracht willen zetten. Die dat onderstrepen door ons het ene na het andere taakje te geven: de buurvrouw, onze ouder wordende kwetsbare familieleden, de vuilnisbak, de minibieb, het buurtplantsoen en het einde is nog niet in zicht. We kunnen het buurthuis gaan beheren. We kunnen het zwembad overnemen als de gemeente dat sluit. Of de sporthal. En natuurlijk kunnen we ook de wijkagent een handje helpen door probleemjongeren in de gaten te houden en appjes rond te sturen als er onverlaten rondlopen in onze buurt. Ik wacht nog op de gemeente die voorstelt dat we zelf zebrapaden mogen gaan verven, riolen kunnen repareren en les kunnen gaan geven aan zesjarigen op de lokale buurtschool. (En ik aarzel om deze toevoegingen op te noemen bij wijze van grapje. Ik heb dat maandenlang gedaan met die vuilnisbakken in burgerbeheer en toen gingen gemeenten overal in het land dit serieus doen, dus ik sluit niet uit dat ik morgen in mijn brievenbus een uitnodiging vind van mijn gemeente voor een cursus rioolbeheer, een paint-in voor de zebrapaden in mijn omgeving of een nieuw beleidsplan voor de plaatselijke basisschool waarin veel meer gebruik gaat worden gemaakt van burgerkracht).

Namens de gemiddelde, uni-getalenteerde burgers die ’s avonds gewoon moe zijn smeek ik u, multi-getalenteerde politici, beleidsmakers en hulpverleners: heb een beetje medelijden met ons. Als we als burgers alles voortaan gratis zelf moeten gaan doen, ga dan echt werken aan een samenleving gebaseerd op lief communisme. Houd dan op met ons te vertellen dat er voor iedereen ook nog betaald werk te vinden is en dat we allemaal geacht worden ons eigen brood te verdienen. Heb dan de moed om te zeggen dat we toe gaan naar een ruileconomie, waar we allemaal samen gaan eten bij de voedselbank, waar we zelf eens per week moeten koken. Organiseer dan woonruimte voor ons die niet hoeft te worden betaald maar die kan worden geruild tegen diensten in natura: zorg voor buurtbewoners, het schoonmaken van vuilnisbakken of het beheren van het plaatselijke plantsoen.

Lief communisme. Ik moet daar eerlijk gezegd niet aan denken, maar het is acceptabeler dan de burn out samenleving waar we in terecht komen als we liefdewerk oud papier blijven combineren met de inclusieve arbeidsmarkt me betaalde arbeid voor iedereen. Nog veel prettiger voor de uni-getalenteerde, gemiddelde burger zou het zijn om de verzorgingsstaat zoveel mogelijk overeind te houden. Gun mensen toch de kans om hun brood te verdienen als activiteitenbegeleider, schoonmaakster, thuiszorg medewerkster, bibliothecaresse, tuinman, vuilnisman of hulpverlener. Dan kunnen andere mensen beleidsstukken schrijven achter hun bureau, kinderen leren lezen in groep 3 of colleges bestuurskunde geven aan de universiteit. Arbeidsdeling: daar is heel veel voor te zeggen.

 

Terug naar nieuwsoverzicht

Website ontwikkeld door Internetbureau uit Utrecht: Two Visions